U bent hier

Mijn jeugdherinneringen zijn voor altijd verbonden aan madame Simonne

Door admin op 1 november 2017 - 23:35

Dominique Persoone (49), de Indiana Jones der chocolatiers, runt The Chocolate Line in Brugge en Antwerpen en een cacaoplantage in Mexico.

En paar weken terugschreef hij deze, in mijn ogen, leuke colum die ik jullie niet wil onthouden. Weinig met naturisme te maken, een beetje met publiek bloot

Bron: De Morgen Magazine 3/10/2017

Dominique Persoone

Mijn prille jeugd heb ik gesleten op vijftig meter van de plaats waar nu het hoofdpodium van het Cactusfestival staat. Het straatje dat naar de vervallen kasteeltuin leidde, onze speelhabitat aan het Minnewater, heette toen de Acht Zaligheden, een perfecte naam voor de superromantische ligging recht tegenover de oude binnenhaven. We woonden in een van die typische trapgevelhuisjes. De eigenares was een adellijke dame met een achternaam uit drie woorden. De huisjes naast ons waren ook haar eigendom.

Rechts woonde de boswachter die in dienst was bij dezelfde barones, en die steeds zijn imposante, groene uniform droeg. Links een nieuw samengesteld gezin met twee leuke dochters. Eigenlijk was alleen de vader nieuw samengesteld. Ook bij de ­boswachter waren er alleen meisjes, en samen met mijn één jaar oudere zus bestonden mijn speelkameraadjes dus enkel uit vrouwelijk schoon, wat ik als een voorrecht beschouwde, want ik was als enige man ook de enige die rechtstaand kon pissen, bij onze buitenactiviteiten een praktisch voordeel dat ik te pas en te onpas demonstreerde.

Nu, veertig jaar later, zijn de huisjes voor veel geld verkocht. Al het puin van ons speelterritorium is geruimd, het onkruid en de wildgroei professioneel vernietigd. De sympathieke wildernis werd een deftig stadspark, met aangelegde wandelpaadjes en weerbestendige zitbanken met designvuilnisbakken.

Toch denk ik niet in de eerste plaats aan dat verloren paradijs ­wanneer ik nog eens toevallig in dit, nu met toeristen overspoelde, stadsdeel kom. Mijn jeugdherinneringen uit het Minnewaterstraatje zijn voor altijd verbonden aan madame Simonne uit nummer 13. Madame Simonne was al op leeftijd, maar droeg nog altijd rode hoge hakken. Madame Simonne had van die witte, uitgesneden Marilyn Monroe-bloesjes waarin haar borsten als twee puntige Merlijn de Tovenaar-hoeden vooruitstaken. En Madame Simonne had haar haar purper geverfd. Zij maakte deel uit van het straatbeeld, want meestal stond ze in haar deurgat een sigaret te roken. Ze was niet geliefd door de deftige buren en vaak het onderwerp van venijnige commentaar. “Die van nummer 13 heeft weer haar kozijn op bezoek”, en het ouderlijk gezag keek elkaar dan begrijpend aan, alsof de uitspraak meer naar de inhoud dan naar de letter moest geïnterpreteerd worden.

Maar voor mij was ze een lieve dame met rugpijn, en een bron van inkomsten. Ik mocht elke week haar vuilnisemmer buitenzetten, een ritueel waarbij ik prompt beloond werd met een Melo-Cake en vijf frank. Na onze verhuis heb ik Madame Simonne nooit meer teruggezien. Maar nog steeds denk ik met een zekere tederheid terug aan die einzelgänger met het purperen haar. Er werd gefluisterd dat men haar na de oorlog had ­kaal­geschoren, en dat zij daarna als provocatie haar haar purper liet verven. Ik heb nooit ­kunnen achterhalen of dat waar was.